molen.jpg (88214 bytes)

 

De molen behoort tot het type achtkante binnenkruier. Dit wil zeggen dat de romp of het molenlijf 1 is opgebouwd uit acht zware houten stijlen 2 onderling verbonden door een constructie van legeringsbalken 3, korbelen 4 en kruisbalken 5.

 

De stijlen zijn aan de bovenzijde samengevoegd tot een ringvormig draagvlak het boventafelement 6, waarop door middel van een rolring 7 met 52 iepenhouten rollen de molenkap 8 rondgedraaid kan worden.

 

Dit ronddraaien of 'kruien' is nodig om al naar gelang de windrichting, de molenkap met de wieken 9 'op de wind te zetten'. Het kruien geschiedt van binnen uit, met behulp van het kruirad, blok en touw 10. Vandaar de naam 'Binnenkruier'.

 

De molenkap zowel als het molenlijf zijn tegen weersinvloeden beschermd door een bekleding van riet 11 en geteerde planken 12.

 

De molen is geplaatst op een gemetselde fundering 13 waarin de vijzel 14 en de waterloop 15 zijn ondergebracht. De fundering rust weer op een groot aantal heipalen 16.

 

Het 'gaande werk' van de molen bestaat uit het wiekenkruis bevestigd aan de bovenas 17 met het bovenwiel 18. Deze 8.000 kg zware combinatie rust op twee arduinstenen lagers opgenomen in de kapconstructie.

 

Het remmechanisme of de 'vang' 19 is eveneens in de kap ondergebracht. Deze vrij simpele, maar doeltreffende installatie bestaat uit een stalen klemband, gevoerd met houten blokken, welke met enige speling rond het bovenwiel is aangebracht.

 

Door middel van een met stenen verzwaarde hefboom: de vangbalk 20, kan de klemband met grote kracht rond het bovenwiel worden geknepen waardoor de beweging wordt afgeremd en tenslotte gestopt. Dit remsysteem kan van buiten op de begane grond worden bediend door middel van de vangstok en het vangtouw 21.

 

Het bovenwiel drijft (met houten pennen en kammen) de spil 22 aan, die op zijn beurt de rondgaande beweging weer overbrengt op het waterwiel 23 met wateras 24 waaraan de vijzel is bevestigd.

 

Het water wordt door de vijzel tot een hoogte van circa 120 cm opgevoerd. De wachtdeur 25 en de constructie van de waterloop beletten het water terug te stromen.

 

Bij een redelijke wind verplaatst de molen circa 60 m3 per minuut!

 

De woonvertrekken van de molenaar zijn in het onderste gedeelte van de molen. De schoorsteen van de schouw mondt uit in het molenlijf. De daardoorheen trekkende rook hield het houtwerk vrij van houtworm.

 

                                                                                                                                                                                          Bron: www.museummolen.nl