Stichting De Westfriese Molens.

De Waarlandsmolen te Waarland:

gerestaureerd en nu museummolen.

Na ruim twee jaar is de restauratie van de Waarlandsmolen te Waarland met succes afgesloten.

Het is tot nu toe de oudst bekende houten molen van ons land (1531). Dit kwam na dendrochronologisch onderzoek (dit is onderzoek naar de groeiringen van het hout) aan het licht.

De molen heeft een zeer oud en nog vrijwel origineel interieur uit 1853. In dat jaar werd de molen vervijzeld, dat wil zeggen dat het scheprad uit de molen werd gehaald en vervangen door een vijzel. Een scheprad met het daarbij behorende waterwiel neem de helft van de benedenruimte in omdat beide half boven de vloer uitsteken, terwijl een vijzel in het hart van de molen onder de vloer opgesteld wordt en van daar uit in het water steekt. Dat betekent dat de molen nog eens zoveel oppervlak als woonruimte erbij krijgt en het ligt dus in de rede, dat het interieur in genoemd jaar is verbouwd waarbij een tweede kamer werd gerealiseerd. Het polderbestuur richtte de kamer voor zichzelf in als vergaderruimte.

SAM_0211.JPG

Nieuwe fundering.

Voor we echter aan de restauratie van het interieur konden beginnen, diende de molen voorzien te worden van een nieuwe fundering. Daaraan werd in november 2012 begonnen, maar een herberekening en noodzakelijke wijziging in de oorspronkelijk  gedachte constructie en de strenge winter, legden het werk tot het voorjaar van 2013 al gauw stil.

Na de fundering volgde het interieur, waarvoor in de werkplaats al de nodige voorbereidingen waren getroffen.

In de loop van die ruim anderhalve eeuw was er weinig aan het interieur veranderd. Toen de laatste bewoonster, Agie Bakkum, vertrok naar een verzorgingshuis, kwamen we voor de keuze te staan het interieur (met respect voor het verleden) aan te passen aan de moderne tijd of er iets anders mee te doen.

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed berichtte ons het zeer op prijs te stellen als het interieur bewaard zou blijven, zoals het overgeleverd was en ook de Stichting Molenhuijs Waarland zou erg blij zijn, als de molen onderdeel van haar museum zou kunnen  worden. Aldus werd besloten, ondanks dat het bestuur van de Stichting De Westfriese Molens zich realiseerde dat zij voor de toekomst geen huurinkomsten meer uit deze molen zou kunnen halen.

 

Forse subsidie.

Geldelijk was een en ander alleen mogelijk met forse overheidssteun en die werd heel toevallig rond die tijd geboden door een eenmalige regeling in de vorm van subsidie voor monumenten die van bestemming veranderden. Dat was hier het geval: van woning naar interieurmuseum.

Uiteraard was er in de loop der jaren in beperkte mate wel wat veranderd van binnen, en om een allegaartje te voorkomen, werd na rijp beraad  besloten de toestand van de jaren 1920 weer terug te brengen. Dit zou het minst ingrijpend zijn, ervan uitgaande  dat men een harmonisch interieur aan de bezoeker wil tonen. Tevens waren alle partijen het erover eens, dat het een doorleefd interieur moest blijven.

Kleuronderzoek wees uit dat in die jaren de woonkamer roodbruin geschilderd was en de restauratieschilders hebben de later aangebrachte verflagen zeer zorgvuldig verwijderd en daarna het roodbruin bijgewerkt waar nodig. Een monnikenwerk!

Het monumentenbeleid is er tegenwoordig op gericht bouwsporen zoveel mogelijk te handhaven, tenzij ze erg storend zijn. Nu waren beide kamers voorzien van schilderskarton tussen de balken, maar in de woonkamer was dit door vocht zo aangetast dat daar de oude zoldering teruggebracht is. De toen in zicht komende zoldering, bestaande uit kraaldeeltjes in drie verschillende uitvoeringen en duidelijk tweedehands aangebracht om nooit in het zicht te komen, werd vervangen door een nieuwe in originele stijl. In de polderkamer is het schilderskarton behouden gebleven. Ook aan het schilderwerk in deze laatste kamer behoefde weinig te gebeuren.

Van de bedsteden werden de hartjes in de woonkamer opengemaakt, die in de polderkamer bleven dicht.

 

Handgesmede haakjes.

Zo is een interieurmuseum ontstaan met nog diverse bouwsporen uit andere tijden zonder dat dit afbreuk doet aan de algehele beleving. De beide kamers zijn ingericht met meubels, deels nog van de laatste bewoonster (voor zover passend in de beoogde tijd) en deels aangevuld met schenkingen en enkele aankopen (onder andere een radio uit die tijd).

Aan de detaillering is heel veel aandacht besteed. Enkele voorbeelden: hand-  in plaats van machinegeschaafde planken, oude schakelaars voor het licht (echt oude: nog in de doos en nooit gebruikt, maar wel goedgekeurd na zoveel jaren), handgesmede haakjes, naar oud patroon vervaardigde bedsteegordijntjes en raamvalletjes, enzovoort.

De Stichting Molenhuijs Waarland heeft een collectie oude voorwerpen die op de eerste zolder systematisch aan het publiek worden getoond.

De restauratie werd afgesloten met een feestelijke opening op woensdag 28 mei. De opening geschiedde in tweeŽn: Siem Jaspers uit Hoogwoud, een der laatste bestuurders van het oude waterschap Slootwaard, opende de deur van de molen. De gevelsteen met in het kort de restauratie erop vermeld, werd onthuld door Piet Roele, oud-voorzitter van de Stichting Westfriese Molens. Het geheel werd vooraf gegaan door een gezellig samenzijn in De Boerenplaats en afgesloten met een bezoek aan het ernaast gelegen museum Het Molenhuijs, ingericht in de oude veestalling van de molenaars van vroeger.

 

SAM_0210.JPGBart Slooten, voorzitter-secretaris van

Stichting  De Westfriese Molens.

 

Uit:   Vierkant,

cultuurhistorisch tijdschrift: Westfries Genootschap (oktober 2014)

 

www.westfriesgenootschap.nl