Na 206 jaar weer een De Moel op de Waarlandsmolen
26 mei 2026Onze Waarlandsmolen is bijna vijf eeuwen oud: 496 jaar om precies te zijn. In de achttiende en negentiende eeuw was de molen, dat machtige werktuig bedoeld om de waterstand in de polder op peil te houden, in handen van molenaars van het geslacht-De Moel. In 1820, Napoleon was nog maar net verslagen bij Waterloo, werden de zonen van Reijer de Moel (Arien en Cornelis) gepasseerd bij de sollicitatie. Het polderbestuur besloot een lid van de familie Volkers, Cornelis Klaaszoon, de verantwoording te geven voor het op windkracht bemalen van de polder. Na de 64 jaar van De Moelen volgden 58 jaar met Volkersen ‘op de molen’.
Het moet puur toeval (of het lot) zijn geweest dat de nieuwe secretaris van de stichting Molenhuijs in 2025 om de koffie ging bij ene De Moel in Hoorn en we het nog maar eens hadden over onze voorvaderen die, zo wisten wij beiden, de Waarlandsmolen bestierden. Toen vertelde Jos de Moel dat hij sinds 1991 zijn molenaarsdiploma in bezit had en vertelde ik (secretaris John Volkers) dat wij in Waarland ernstig behoefte hadden aan een derde molenaar. Kees Francis, onze mio (molenaar in opleiding), werd al stevig geholpen door de gebrevetteerde Simon Kamper, maar een derde man zou in dat verband wel heel dienstig zijn.
En zo kwam de dag dat er, na 206 jaar, een De Moel terugkeerde op de Waarlandsmolen. Met trots vertelde Jos, aan de rand van het talud rond de molen, dat hij hier toch wel op de schouders van zijn voorvaderen stond. Dat hij daarom niet had kunnen weigeren. Sterker nog: dat hij het een eer vond om deze bijna vijf eeuwen oude, achtkante binnenkruier (de oudste poldermolen van Nederland) te laten draaien. De zeilen waren er die mooie meizondag in gezet, om de wat vlagerige wind beter te benutten. Een pracht om te zien, beaamden de elf bezoekers van de Molendag. Een van hen was een molenaar, van Oudorp. Het zal er een van de Hoornse Vaart zijn geweest. Strijkmolen E.
De dinsdag erna, de wekelijkse werkdag van onze trio molenaars, bespraken we nog eens ons familieverleden dat door Margreet Volkers en Robert Volkers zo nauwkeurig is vastgelegd in het boek ‘Volker(t)s Uit de Schaepskuyl’. Dat hij, Jos de Moel, de gebroken lijn van de familie op de Waarlandsmolen had hersteld. Dat De Moel een grote betekenis had in dit verband, dat kon niet anders. Moel betekent in oud-Nederlands ‘molen’. Denk ook aan Mühle (Duits) en Mill (Engels).
In 1991 haalde Jos de Moel zijn molenaarsdiploma; praktisch geleerd op de Grote Molen van Schellinkhout maar vooral een cursus in drie fasen. Best lastig, daar kan Kees Francis, nu bezig met fase 3, van getuigen. Jos deed het cum laude. Hij woonde destijds in Heerhugowaard en hielp in zijn vrije tijd ook mee bij de restauratie van De Otter te Oterleek. Het waren schilderwerk en timmerklussen, waar hij zich met graagte en kunde aan waagde.
Jos de Moel, van Heerhugowaard-Kruis, bouwde zijn kennis van bouw en gebouwen bij de woningbouwvereniging Hoorn in de nieuwbouw van Risdam, Grote Waal en Kersenboogerd. Zijn verdere bouwervaring deed hij op bij de Dienst Vastgoed Defensie, wat later (2014) samen met de Rijksgebouwendienst het huidige Rijksvastgoedbedrijf is geworden. In 2023 ging De Moel met pensioen en pakte hij met enige vertraging weer het stilgelegde werk als molenaar op. Nu, teruggekeerd als man die de wind kent, staat hij op de Waarlandsmolen. Elke dinsdag werkt hij aan het onderhoud van Waarlands trots. Het dorp kan blij zijn met de terugkeer van een De Moel.
Met museale groet, John Volkers, secretaris Molenhuijs.